traduza página para Português
Traduza texto de página do Holandês para o Português

   Zoek op deze site met FreeFind

 

de heilige van de dag
klik hier voor de heilige(n) van de dag

Schriftlezingen van de dag
klik hier voor de liturgische lezingen van de dag

beluister Radio Maria tijdens het surfen, 32 Kb/sec. ('Windows Media Player' vereist)

 

het St.-Ursula-veelluik

Het St. Ursularetabel (Groeningemuseum), dat verkocht is aan de Staat
Het wereldberoemde St.-Ursularetabel (Groeningemuseum), sinds 1965 staatseigendom

Voor hun nieuwe kloosterkapel (gebouwd tussen 1469 en 1474), toegewijd aan de H. Ursula, gaven de Kastanjeboomzusters in Brugge de opdracht aan een onbekende meester om een altaarstuk te schilderen. Dit prachtige laatgotische veelluik, daterend van vóór 1483, is nog steeds een der pronkstukken van de laatgotische Middeleeuwse Vlaamse schilderkunst.

Het omvat 2 grote zijluiken (met elk 4 beschilderde panelen recto verso) en 2 kleine zijluiken erboven (eveneens recto verso beschilderd), die opgesteld stonden rond het beeld en het reliekschrijn van St. Ursula op het hoofdaltaar.

Fragment van het in 1958 gestolen rechterbovenpaneel
Fragment van het in 1958 gestolen rechterbovenpaneel

Later, in 1630, verhuisde het schilderij van de kapel naar het privaatmuseum in het klooster. Op 27 september 1958 werd daar het rechtse bovenluik (met een vrouw, symbool van de synagoge) gestolen. Maar dank zij een grootscheepse klopjacht van de politie kon het ontvreemde paneel - op aangeven van de dief zťlf, die de grond onder zijn voeten warm voelde worden - vrij snel worden teruggevonden in Oostende, in de bagagebewaarplaats van de mailboot Oostende-Dover.

In 1959 stonden de zusters hun Ursula-retabel in bruikleen af aan de stad Brugge, tegen een jaarlijkse vergoeding van 10.000 fr. Ze hadden hiervoor 3 gegronde redenen:

  • dit kostbare schilderij zou voortaan beter beveiligd zijn tegen diefstal,
  • de hoge kosten voor de verzekering en eventuele restauratie ervan zouden ten laste van de stad vallen ťn
  • het wereldberoemde werk zou, opgesteld in het Groeningemuseum, toegankelijk worden voor een breed kunstminnend publiek.

St.-Augustinus. Grisaille op de achterkant van het veelluik
St.-Augustinus. Grisaille op de achterkant van het veelluik

Op 30 september 1965 verkochten de Zwartzusters de polyptiek (= veelluik) van St.-Ursula, samen met andere stukken uit hun kunstpatrimonium en meubilair, aan de Belgische Staat (het Nat. Ministerie van Opvoeding en Cultuur) voor 10 miljoen frank. De zusters hadden dat geld broodnodig om de hoge kosten te betalen voor renovatiewerken en voor de bouw van 2 ziekenhuizen. Ze stelden wťl als voorwaarde dat de panelen, voor onbeperkte duur, onder het toezicht en het beheer van het Brugse stadsbestuur zouden blijven. Amerikaanse pogingen om het St.-Ursula-veelluik tegen een vťťl hoger bedrag aan te werven werden door de Zwartzusters geweigerd, opdat het deel zou blijven uitmaken van het Brugse kunstpatrimonium, waar het tot op heden te bewonderen is in het Groeningemuseum.

beschrijving van het veelluik

het altaar van de kloosterkapel waarop het veelluik stond opgesteld.
het altaar in de kapel, waarop het veelluik stond opgesteld (8ste tafereel, onderaan rechts).

Het veelluik is de oudst bewaarde Vlaamse schilderijen-cyclus met 8 (langs weerszijden 4) taferelen uit het leven, of althans uit de legende, van de H. Ursula en de 11.000 maagden. Het werk is uitgevoerd in olieverf op paneel en meet 155,5 cm op 120 cm.

Het middenstuk van het altaarretabel bestond niet uit een groot beschilderd paneel, maar uit een St. Ursula-beeld als mantelheilige met pijl en daarboven een verguld reliekschrijn (met 4 heiligenfiguren op de voorzijde) steunend op 4 koperen zijkolommen met zittende leeuw bovenop. De zijluiken waren waarschijnlijk aan die kolommen vastgemaakt, en konden zo het beeld en de reliekkast erboven afsluiten.

I. de 2 grote zijpanelen

Beide grote zijluiken hebben elk, aan de voorzijde, 4 panelen met taferelen uit het leven van de H. Ursula, in totaal dus 8 episodes.

    De taferelen 1 en 2 (linkerkant)
    De taferelen 1 en 2 (linkerkant)

  1. Het huwelijksaanzoek van de heidense koning van Engeland voor zijn zoon Aetherius met prinses Ursula, dochter van de christelijke vorst Notus.
  2. Het afscheid van de heidense koning van Engeland en de inscheping van Ursula de 11.000 maagden.

    De taferelen 3 en 4 (linkerkant)
    De taferelen 3 en 4 (linkerkant)

  3. Het afscheid van Ursula van haar ouders.
  4. De aankomst in Keulen en de boodschap van de engel aan Ursula dat ze met haar gezellinnen bij hun terugkeer in Keulen de marteldood zal sterven.

    De taferelen 5 en 6 (rechterkant)
    De taferelen 5 en 6 (rechterkant)

  5. Vertrek uit Bazel om te voet verder te pelgrimeren naar Rome.
  6. Vertrek uit Rome, in gezelschap van o.m. paus Cyriacus.

    De taferelen 7 en 8 (rechterkant)
    De taferelen 7 en 8 (rechterkant)

  7. De terugkeer in Keulen en de marteldood van Ursula en de 11.000 maagden door de soldaten van de Hunnen-koning Attila.
  8. De verering van de relieken van de H. Ursula in de kapel van de Zwartzusters in Brugge.

De 8 grisailles op de ommezijde van de 2 zijluiken
De 8 grisailles op de ommezijde van de 2 zijluiken

Op de achterzijde van de 2 zijluiken staan 8 grisailles (= grauwschilderingen). Aan de ene kant de 4 evangelisten Johannes, MatteŁs, Lukas en Marcus. Aan de andere kant de kerkvaders Hieronymus, Gregorius, Augustinus en Ambrosius.

II. de 2 kleine bovenpanelen.

De Kerk
De Kerk
De Synagoge
De Synagoge
De aartsengel Gabriel
De engel Gabriel
De Maagd Maria
De Maagd Maria

Aan de voorzijde staan het symbool van de Kerk (Nieuw Testament) en van de Synagoge (Oud Testament) afgebeeld. Aan de achterkant zien we 2 grisailles met de engel GabriŽl en met de Maagd Maria bij de Blijde Boodschap.

de datering van het veelluik

Het oude Brugse belfort (vóór 1483) op de achtergrond
Het oude Brugse belfort (vóór 1483) op de achtergrond

Op het 3de paneel (met de afbeelding van Ursula's afscheid van haar ouders) dient de stad Brugge als achtergrond. Duidelijk herkenbaar is het oude belfort, slechts bekroond met 4 hoektorentjes, een balustrade en een plat zadeldak, maar zonder het achthoekig gotisch bovengedeelte, dat pas tussen 1483 en 1487 bovenop het vierkantig deel werd gebouwd. Dat detail doet concluderen dat het schilderij vóór 1483 en zťker vóór 1487 werd gemaakt, en dus ouder is dan het Ursulaschrijn dat Hans Memling in 1489 voltooide.

de maker

De kunsthistoricus Max Friedlšnder
De gezaghebbende Duitse kunsthistoricus Max Friedlšnder
die de ware maker van het St.-Ursulaveelluik achterhaalde.

Tot het einde van de 19de eeuw werd het veelluik door kunsthistorici toegeschreven aan de Vlaamse Primitief Dirk Bouts (1410-1475). Maar in 1902 toonde de Duitse kunstistoricus Max Friedlšnder op overtuigende wijze aan dat dit het werk is van een onbekende laatgotische kunstschilder, die vermoedelijk in Brugge actief was in het 4de kwart van 15de eeuw, en die hij de noodnaam "Meester van de Brugse St.-Ursula-legende" meegaf.

Op basis van duidelijke stijlovereenkomsten wordt nog een aantal andere werken aan deze anonieme Brugse schilder toegeschreven, o.m.

    Madonna met Kind (New York, Metropolitan Museum of Arts)
    Madonna met Kind (New York, Metropolitan Museum of Arts)

  • Madonna met Kind (New York, Metropolitan Museum of Arts)
  • St. Michael's strijd met de demonen (Brugge, Museum O.L.V.-ter-Potterie).
  • Maria met Kind en 4 heiligen (Illinois, Krannert Art Museum).

    Maagd Maria met Kind en 3 schenkers (Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten).
    Maagd Maria met Kind en 3 schenkers, 1486 (Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten).

  • Maagd Maria met Kind en 3 schenkers (Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten).
  • De Geboorte van Jezus (Detroit, Institute of Arts).
  • De Blijde boodschap (Indianapolis, Museum of Art).
  • De H. Veronica met zweetdoek (VenetiŽ, Pinacoteca Manfrediana).

    Portret van vrouw met anjer (Antwerpen, Mayer van der Bergh Museum)
    Vrouw met anjer (Antwerpen, Mayer van der Bergh Museum)

  • Portret van vrouw met anjer (Antwerpen, Mayer van der Bergh Museum).
  • Maria met Kind en 2 engelen (Londen, The National Gallery).
  • Tronende Madonna met Kind en engelen (Rochester, University Memorial Gallery).
  • Portret van Ludovico Portinari (Philadelphia, Museum of Arts).

de Keulse "roots" van de H. Ursula

De 4de-eeuwse Clematius-gedenksteen, nu aangebracht in de zijmuur van het koor van de St.-Ursulakerk in Keulen
De 4de-eeuwse Clematius-gedenksteen, nu in de zijmuur van het koor van de St.-Ursulakerk in Keulen

Het gebeente van de H. Ursula wordt bewaard in de St.-Ursulakerk in Keulen. Tijdens opgravingen in 1945 werd van onder het puin van de platgebombardeerde kerk een gedenksteen van het einde van de 4de eeuw bovengehaald. Daarop staat een Latijnse inscriptie met de vermelding dat een Romeinse senator Clematius een basilica-kerk liet herstellen "op deze hoogheilige grond... waar heilige maagden voor Christus' naam hun bloed hebben vergoten". Dat is dus de oudste geschiedkundige aanwijzing voor de overlering van een marteldood van een groep heilige maagden in Keulen. Maar het opschrift - waarvan de historiciteit niet waterdicht is! - geeft gťťn namen en evenmin het aantal maagden.

De H. Pinnosa. 16de-eeuwse copie van een miniatuur uit een Vita Sanctae Pinnosae uit de abdij van Fulda
De H. Pinnosa genield voor de tronende Madonna. 16de-eeuwse copie
van miniatuur uit de "Vita Sanctae Pinnosae" (abdij Fulda, Duitsland)

Men mag ervan uitgaan dat in Keulen eeuwenlang maagd-martelaressen werden vereerd. In de 9de eeuw ontstond de primitieve vorm van de legende. Er is een preek bewaard gebleven van omstreeks het jaar 839, gehouden op de feestdag van 11 "Heilige Keulse Maagden", vervolgd en gemarteld onder de Romeinse keizers Diocletianus en Maximianus. De auteur vermeldt de naam van hun aanvoerster, een zekere Pinnosa. Een martyrologium van rond 875 maakte gewag van de martelaressen "Martha en Saula met verscheidene anderen".

De oud-christelijke grafsteen met vermelding van de onschuldige maagd Ursula
De in 1893 gevonden oud-christelijke grafsteen met vermelding van "de onschuldige maagd Ursula"

Pas vanaf de 10de eeuw sprak men in Keulen algemeen van de H. Ursula (dus niet meer van Pinnosa) die de aanvoerster is van 11.000 maagden, bijv. in de oudste "Vita et Passio", opgedragen aan aartsbisschop Gero van Keulen (969 tot 976). Hoe kwam men aan de naam Ursula (verkleinwoord van de Latijnse naam "ursus" voor beer, dus letterlijk "kleine beer" of "beertje")? In 1893 vond de oudheidkundige Joseph Klinkenberg in de St.-Ursulakerk een oud-christelijke grafsteen uit de 5de of 6de eeuw met het opschrift: "In dit graf rust de onschuldige maagd, Ursula genaamd. Zij leefde acht jaar, 2 maand, 4 dagen". Volgens Klinkenberg zouden de eerste samenstellers van de legende van St.-Ursula hier misschien inspiratie hebben opgedaan voor de naam van de heilige.

Hoe kwam men aan dat hoge cijfer van 11.000 maagden? Volgens de meeste historici waarschijnlijk door een leesfout. In de vroegste teksten is er sprake van 11 martelaressen-maagden, afgekort "XI M.V.". XI is het Romeinse cijfer voor 11, M. is de afkorting van "Martyres" (= martelaren) en V. van "Virgines" (= Maagden). Maar een copiÔst heeft allicht per abuis de afkorting M. geÔnterpreteerd als M, "Milia", het Romeinse cijfer 1000! En zo kwam men uit op "XI Milia Virgines" of 11.000 maagden!

De St.-Ursulakerk in Keulen
De St.-Ursulakerk in Keulen

In het begin van de 12de eeuw, bij de bouw van de stadswallen (in 1106) en van een romaanse kerk in Keulen, legde men een grote begraafplaats bloot. Men meende te doen te hebben met de "Ager Ursulanus" (Latijn voor: Ursula-veld), waar de H. Ursula en de 11.000 maagden ooit werden begraven. De talloze beenderen werden als relieken aan kerken en kloosters gegeven ofwel verkocht aan edellieden. Nu wordt algemeen aangenomen dat het hier in werkelijkheid ging om een Romeinse necropool. Na deze ontdekking was het de zieneres, abdis Elisabeth von Schongau (1123-1164) die door haar visioenen een belangrijke rol speelde in het groeiproces van de legende van de H. Ursula, die haar vaste vorm zou krijgen in de loop van de 13de eeuw.

de legende van St.-Ursula en de 10.000 maagden

Jacobus de Voragine. 14de-eeuwse miniatuur uit de Legenda Aurea. Parijs, Bibl. Nat.
Jacobus de Voragine. 14de-eeuwse miniatuur uit de Legenda Aurea. Parijs, Bibl. Nat.

De legende van de H. Ursula werd vanaf de 9de eeuw flink aangedikt en opgesmukt door het volksgeloof om in de 13de eeuw haar min of meer definitieve vorm te krijgen in de beroemde "Legenda Sanctorum" of "Legenda Aurea" (Latijn voor: Gouden Legenden), een verzameling van heiligenlevens en -legenden, geschreven door de Italiaanse dominicaan en latere aartsbisschop van Genua, Jacobus de Voragine. Dit boek was zo onverwacht populair dat het in de loop van de 14de eeuw werd vertaald in alle Westeuropese volkstalen, in 1358 ook in het Westvlaams (nog gedeeltelijk bewaard in het Brugse St.-Janshospitaal).

Volgens deze legende was Ursula een bloedmooie prinses, dochter van de vrome christelijke koning Notus, die leefde in de 4de eeuw in Dumnonia (het huidig graafschap Cornwall in het uiterste zuidwesten van Engeland). Ze werd door de heidense koning van Engeland ten huwelijk gevraagd voor zijn zoon Aetherius (met de heidense naam Conan), gouverneur van Armorica (Bretagne). Volgens de oudste versie van de legende weigerde Ursula te trouwen met een heiden, wilde ze haar maagdelijkheid bewaren en sloeg ze op de vlucht samen met 11.000 maagden.

Aankomst van St.-Ursula in Keulen. Bernardo Daddi, 1333. P. Getty Museum
Aankomst van St.-Ursula in Keulen. Bernardo Daddi, 1333. Los Angeles, P. Getty Museum

In de 2de variant van de legende ging Ursula wťl akkoord, maar stelde 3 voorwaarden: ten eerste vroeg ze een uitstelperiode van 3 jaar, waarin haar toekomstige bruidegom het christelijk geloof kon bestuderen en zich laat dopen; ten tweede wilde ze een bedevaart ondernemen naar Rome; ten derde wenste ze een groep van 10 edele jonkvrouwen als metgezellen, waarbij de 11 elk afzonderlijk werden vergezeld door 1000 maagden, in totaal dus 11.000 maagden.

De bedevaart bracht het gezelschap aan boord van 11 zeilschepen naar een haven in GalliŽ om er de heidense prins op te pikken, en dan zetten ze koers via de Noordzee en de Rijn naar Keulen.

De droom van de H. Ursula. Vittore Carpaccio, 1493. VenetiŽ, Galleria dell'Academia
De droom van de H. Ursula. Vittore Carpaccio, 1493. VenetiŽ, Galleria dell'Academia

In een droom voorspelde een engel aan ursula dat ze bij haar terugkeer in Keulen de marteldood zou sterven. Verder de Rijn 400 km stroomopwaarts varend kwamen ze aan in Bazel en zetten vandaar hun bedevaart te voet verder naar Rome. Daar werden de 11.000 jonge meisjes verwelkomd door de onbekende paus Cyriacus (een jaar na zijn verkiezing zou hij zijn ambt hebben neergelegd waarop de kardinalen hem schrapten van de officiŽle Vaticaanse pausenlijst).

Attila schiet de H. Ursula dood met een pijl. Caravaggio, 1610. Napels, Palazzo Zevallos Stigliano
Attila schiet de H. Ursula dood met een pijl. Caravaggio, 1610. Napels, Palazzo Zevallos Stigliano

Bij hun terugkeer stapten Ursula en haar uitgebreid gezelschap in Bazel weer in hun boten en zetten koers naar Keulen. Maar de stad was intussen belegerd door de Hunnen. Koning Attila werd verliefd op Ursula. Maar omdat deze weigerde om met hem te trouwen en haar geloof af te zweren werd prinses Ursula door de Hunnenkoning met een pijl doodgeschoten. Al haar 11.000 gezellinnen ťn de intussen bekeerde prins Aetherius stierven eveneens de marteldood door de pijlen en zwaarden van de Hunnen.

de H. Ursula is geen historische figuur

De marteldood van de H. Ursula in Keulen. Onbekende Duitse meester
De marteldood van de H. Ursula in Keulen. Onbekende Duitse meester.

Volgens de hedendaagse (kerk)historici is het zeer omstreden of de H. Ursula echt heeft bestaan. Deze mooie legende wordt afgedaan als pure fictie omdat ze elke geschiedkundige grond mist. Het is niet mogelijk om het historisch bestaan van Ursula en de 11.000 martelaressen van Keulen te bewijzen. Maar het is ook niet mogelijk om te bewijzen dat ze niet hebben bestaan! Eigenlijk ligt het martelaarschap van enkele christelijke maagden in Keulen aan de oorsprong van de veel later ontstane Ursula-legende. Over de naam van de heilige, over haar marteldood in Keulen en over haar uitgebreide schare van 11.000 maagden , en over haar sterfjaar tast men in het duister. Het jaar van Ursula's marteldood variŽert in de schriftelijke bronnen: 238, 283, 383 (volgens de zogeheten Clematius-inscriptie), 452 (toen leefde Hunnenkoning Attila) of 640...

Beeld van de H. Ursula in de St.-Ursulakerk in Keulen.
Beeld van de H. Ursula in de St.-Ursulakerk in Keulen

Wegens gebrek aan historische bewijzen schrapte het Vaticaan in 1969 het jaarlijkse feest op 21 oktober van de legendarische H. Ursula op de universele kalender van heiligenfeesten. Ze wordt enkel behouden op de feestlijst van het aartsbisdom Keulen, op 4 augustus. Het Romeins Martyrologium handhaaft wťl St.-Ursula op de officiŽle namenlijst van katholieke heiligen.

De H. Ursula in de iconografie

De H. Ursula met al haar attributen. Stephan Lochner, 1430. Keulen, Kathedraal
De H. Ursula met al haar attributen. Stephan Lochner, 1430
(Keulen, Kathedraal).

De heilige maagd en martelares Ursula wordt in de christelijke iconografie afgebeeld als een jonge koningsdochter, vaak met een kroon en een scepter. Meestal heeft zij ťťn of meerdere pijlen in haar hand(en), of steekt er een pijl in haar hals of in haar borst. Andere attributen zijn een schip, een klok, een boek, of een duif. Soms wordt ze ook met een palmtak afgebeeld, het vaste attribuut van een martelares. In de Middeleeuwen wordt St.-Ursula vaak voorgesteld met een wijde beschermende schutsmantel, waaronder enkele jonge vrouwen schuilen, die de 11.000 maagden vertegenwoordigen uit de legende.

De marteldood van de H. Ursula. P.P. Rubens, 1615 (Fort Worth, Kimbell Art Museum)
St.-Ursula's marteldood. P.P. Rubens, 1615 (Fort Worth, Kimbell Art Museum)

De legende van de H. Ursula en de 11.000 maagden, en met name de marteldood, heeft de eeuwen door tal van andere beeldende kunstenaars geÔnspireerd, zoals Pieter Pauwel Rubens, Caravaggio, da Modena, Carracci, Le Lorrain, enz.

De H. Ursula met pijl en kroon op 16-de eeuws kazuifel (Zwartzusters, privť-bezit)
De H. Ursula met pijl en kroon op 16-de eeuws kazuifel (Zwartzusters, privť-bezit)

De Brugse Zwartzusters bezitten een rode kazuifel (16de eeuw) met op de balk aan de voorzijde de H. Ursula gehuld in een wit kleed, een blauw met goud afgeborduurd bovenkleed en een rode mantel. Als prinses draagt zij een kroon en in haar beide handen houdt ze de pijl waarmee ze dodelijk werd doorboord.

Vaak wordt St. Ursula afgebeeld in de vorm van een narratieve cyclus, met de belangrijkste episoden uit de legende. Behalve het St.-Ursula-veelluik van de Zwartzusters van Brugge verwijzen we naar

    St.-Ursula-reliekschrijn. Hans Memling, 1489. Brugge, St.-Janshospitaal
    St.-Ursula-reliekschrijn. Hans Memling, 1489. Brugge, St.-Janshospitaal

  • het fameuze St.-Ursula-reliekschrijn dat Hans Memling in 1489 schilderde voor het St.-Janshospitaal in Brugge;
  • een cyclus van 16 panelen in de St.-Ursulakerk in Keulen.

    Cyclus van de Keulse Meester van de Ursula-legende (1456). Keulen, Wallraf-Richartz Museum
    Cyclus van de Keulse Meester van de Ursula-legende. Keulen, Wallraf-Richartz Museum

  • een cyclus van 15 schilderijen door de Keulse Meester van de Ursula-legende (1456), bewaard in het Wallraf-Richartz Museum in Keulen.
  • een 9-delige cyclus, geschilderd rond 1495 door Vittore Carpaccio voor de kapel van de broederschap "Scuola di Sant'Orsola" in VenetiŽ (nu te bekijken in de Galleria dell'Academia aldaar)

de volksverering

Bootreis van St.-Ursula en de 11.000 maagden. Rijnlands schilderij, 1450 (Straatsburg, Musťe de l'oeuvre Notre-Dame)
Bootreis van St.-Ursula en de 11.000 maagden. Rijnlands schilderij, 1450
(Straatsburg, Musťe de l'oeuvre Notre-Dame)

De legende van de H. Ursula en haar 11.000 maagden had vooral in de Middeleeuwen ook een grote invoed op de volksdevotie. Om te beginnen was er, tot 1969, de jaarlijkse terugkerende feestdag van de H. Ursula op 21 oktober. De heilige werd aanroepen in oorlogstijd, voor een goed huwelijk en tegen kinderziekten. Ze was de patrones van de jonge meisjes, de leraressen en opvoedsters, de schoolkinderen en studerenden, de weeskinderen, van de universiteit van o.a. Parijs (Sorbonne), Keulen, Wenen en CoÔmbra (Portugal), van de lakenhandelaars (omdat haar wijde mantel als mirakuleus werd beschouwd) en van de boogschutters (met vťťl concurentie evenwel van St. Sebastiaan!). Overal in Europa waren er broederschappen (confreries) van St. Ursula, o.m. het "Gezelschap van Elf Maagden" vanaf 1583 in Brugge.

De school van de Zusters Ursulinen in Onze-Lieve-Vrouw-Waver (Bij Mechelen)
De school van de Zusters Ursulinen in Onze-Lieve-Vrouw-Waver (Bij Mechelen)

De H. Ursula werd later ook de patroonheilige van de Zusters Ursulinen, gesticht door Angela Merici in 1535 te Brescia (N-ItaliŽ). Deze Orde wijdde zich aan het opvoeden en onderwijzen van meisjes en telt momenteel wereldwijd circa 13.000 leden. De Ursulinen hebben in Vlaanderen nog scholen in Mechelen, Tildonk, Onze-Lieve-Vrouw-Waver, Lier en Londerzeel.

De vlag van Keulen met de de 11 vlammetongen
De vlag van Keulen met de de 11 vlammetongen

St.-Ursula is patrones van de stad Keulen, die in haar wapenschild, naast de kronen van de Drie Koningen, een veld vertoont met 11 vlammentongen, als symbool voor de elf(duizend) maagden die samen met de schutsheilige van de stad, werden vermoord.

De H. Ursula op de vlag van de Britse Maagdeneilanden
De H. Ursula op de vlag van de Britse Maagdeneilanden

Ze is ook de patroonheilige van de Britse Maagdeneilanden, in de Antillen, die Chistoffel Columbus in 1493 de naam gaf "Santa Ursula y las Once Mil VŪrgenes" (St.-Ursula en de 11.000 Maagden), later afgekort tot "Las VŪrgenes" (De Maagden). De Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellan noemde de kaap, die hij op 21 oktober (feestdag van de H. Ursula!) 1520 bereikte - aan de uiterste zuidpunt van ArgentiniŽ (PatagoniŽ) - "Cabo Virgenes" (Portugees voor: Maagdenkaap), alvorens van de Atlantische Oceaan via de naar hem genoemde zeestraat naar de Stille Oceaan te varen.

de reliekencultus

Reliekkist van de H. Ursula. Ca. 1400. Brugge, St.-Janshospitaal
Kistje met relieken van de H. Ursula. Ca. 1400. Brugge, St.-Janshospitaal

De grootste invloed kwam natuurlijk van de talloze relieken, die op veel plaatsen vereerd. Het ligt nogal voor de hand dat het grote aantal van 11.000 maagden, die voor hun geloof de marteldood stierven, een kwistige verspreiding teweegbracht van hun relieken in kerken, kloosters, kapellen en privť-collecties. Zo bewaarden de Zwartzusters van Brugge een inmiddels verloren gegane pijl waarmee, volgens de overlevering (maar zonder enige historische bewijs van echtheid), de H. Ursula zťlf werd doorboord.

Reliekkastje van de H. Ursula. Brugge, Klooster Zwartzusters
Reliekkastje van de H. Ursula. Brugge, Klooster Zwartzusters

Nu nog worden in het klooster van Bethel in Brugge 2 kapelvormige reliekkastjes (einde 18de eeuw) bewaard, beschilderd in rood, blauw en geel. Op het ene staat geschreven "S. Ursula" en op het andere "H. Maeghden". Binnenin steekt een houten koffertje, waarin een paar doodshoofden en beenderen in oude zijde zijn gewikkeld.

De relieken van de H. Ursula in het koor van de St.-Ursulakerk in Keulen
De relieken van de H. Ursula in het koor van de St.-Ursulakerk in Keulen

Dť eigenlijke bewaarplaats van de (vermeende?) relieken van de H. Ursula is de St.-Ursulakerk in Keulen. Daar wordt in het hoogkoor een reliekschrijn vereerd door de gelovigen.

De zogeheten Gouden Kamer in de St.-Ursulakerk van Keulen
De zogeheten "Gouden Kamer" in de St.-Ursulakerk van Keulen

In de 17de eeuw werd in de kerk een zijkapel gebouwd, de zogeheten "Goldene Kammer" met een verzameling van 120 vergulde of verzilverde borstbeelden en 612 schedels.

© Copyright 2010- . Alle rechten voorbehouden. Contact: zwartzusters.brugge@telenet.be