INLEIDING OP DE REGEL VAN AUGUSTINUS  (T. J. Van Bavel)


I. Historische situering |  II. Invloed |  III. Voortleven |  IV. Karakter van de Regel |  V. Structuur.

Augustinus (354-430) is bekend als onrustig zoeker naar waarheid, als bekeerling, als bisschop en als geleerde. Hij is minder bekend als monnik. Toch kan men zijn persoonlijkheid slechts ten volle begrijpen wanneer men voor ogen houdt dat hij na zijn bekering niets anders wilde zijn dan "dienaar Gods", wat voor hem betekende "monnik". Als monnik heeft hij geleefd, ook toen hij priester was en later zelfs als bisschop. Maar er is meer. Hij heeft ook een meer dan gewone invloed uitgeoefend op het christelijke ideaal van het religieuze leven door het schrijven van de oudste, bewaarde kloosterregel van het Westen. Daardoor heeft hij een zeer grote betekenis gehad voor de ontwikkeling van het latere Westerse religieuze leven.

Maar in de loop van de eeuwen hebben verscheidene kloosterregels de naam van Augustinus gedragen: een 'Regel voor vrouwen' (Regularis informatio), een 'Regel voor mannen' (Praeceptum) en een 'Reglement voor een klooster' (Ordo monasterii). Deze zijn in niet minder dan negen verschillende vormen overgeleverd. Maar de laatste onderzoekingen hebben uitgewezen dat slechts één ervan op Augustinus zelf teruggaat. Vooral Luc Verheijen o.s.a. heeft op dit gebied baanbrekend werk verricht. Na jarenlang onderzoek heeft hij ons een kritische Latijnse tekst van de Regel van Augustinus bezorgd in zijn tweedelig monumentaal werk: La Règle de saint Augustin, Parijs, 1967. Het is op die tekst dat de hedendaagse Nederlandse vertaling gebaseerd is.

I. Historische situering

top

Augustinus heeft zijn Regel waarschijnlijk geschreven rond het jaar 397, ongeveer 10 jaar nadat hij door Ambrosius in Milaan was gedoopt. Toen reeds had hij een periode van ervaring met het religieuze leven achter de rug. Zijn eerste stichting vond immers plaats in 388 in Tagaste; vervolgens stichtte hij als priester een klooster voor lekenbroeders in Hippo (391). En toen hij bisschop werd, richtte hij een klooster voor clerici op in zijn bisschopshuis in Hippo (395/6). In dat klooster heeft hij omstreeks 397 zijn Regel geschreven die duidelijk gericht is aan gemeenschappen van monniken die leken waren en waar één priester aanwezig was voor het sacramentele leven van de groep. Historisch gezien moeten we zeggen dat de Regel van Augustinus nog uit de beginperiode van het religieuze leven stamt; op dit ogenblik is hij immers 16 eeuwen oud. Zoals men weet kan de Egyptische woestijn beschouwd worden als de wieg van de beweging die wij later met de algemene naam "het religieuze leven" aange duid hebben. De oudste 'Voorschriften' voor monniken-gemeenschappen werden in Tabennesi (in het zuidelijke deel van Boven-Egypte) opgesteld door Pachomius (ca. 292 - ca. 346/7). Zijn opvolger Horsiesius (ca. 300 - ca. 388) heeft eveneens een belangrijk monastiek testament nagelaten, namelijk 'Het Boek van onze vader Horsiesius'. Vervolgens krijgen we de 'Grote en Kleine Regels' van de bisschop van Caesarea, Basilius (ca. 330-379). Vanaf 370 ongeveer verschijnt de monastieke levensvorm ook in het westen. Dan zal het slechts een goede 30 jaar duren tot de eerste westerse kloosterregel, namelijk die van Augustinus, het licht ziet. Ruim 100 jaar later zal Benedictus van Nursia (ca. 480 - ca. 547) zijn bekende Regel schrijven, daarbij puttend zowel uit de Oosterse als uit de Westerse traditie.

II. Invloed

top

De invloed van de Regel van Augustinus blijkt uit het feit dat er maar liefst 14 handschriften van vóór het jaar 1000 bewaard gebleven zijn, waarvan het oudste dateert uit de 6de eeuw. Die invloed laat zich ook aflezen uit het gebruik dat schrijvers in Gallië, Spanje en Italië, in de 2 eeuwen volgend op Augustinus' dood, van de Regel van Augustinus gemaakt hebben. Bij het samenstellen van richtlijnen voor mannelijke of vrouwelijke religieuzen in hun omgeving halen zij bepaalde gedeelten uit de Regel van Augustinus aan. De bekendsten onder hen zijn: Fulgentius van Ruspe (462/8-527/33), Caesarius van Arles (ca. 470-542), Leander van Sevilla (ca. 545-600/1), Isidorus van Sevilla (ca. 560-636), de schrijver van de 'Regel van de Magister' en Benedictus van Nursia.

De Regel van Augustinus werd dus overgeschreven en raakte aldus wijd verspreid. Dit bewijst alleszins dat er mensen waren die leefden van de inspiratie die de Regel bood. Maar we mogen ons dit niet te eenzijdig voorstellen. Vóór het jaar 1000 werd de Regel van Augustinus altijd samen met andere Regels en monastieke documenten overgeleverd. Zo vloeiden verschillende religieuze stromingen samen in één grote traditie. Deze 'traditie van de Vaders' werd als één geheel aan de toenmalige kloosterlingen als inspiratiebron aangeboden. Slechts tussen de 9de en de 11de eeuw verschijnt de Regel van Augustinus als de alleen geldende leefregel voor één bepaalde groepering van kloosterlingen. Juist die eeuwen vormen de periode waarin een hervorming van het monastieke leven en van de diocesane clerus werd doorgevoerd. In die hervorming speelde de Regel van Augustinus een belangrijke rol en werd hij door verschillende groepen aangenomen als alleengeldende leefregel.

III. Voortleven

top

Vanaf de 11de eeuw neemt de verspreiding van de Regel van Augustinus een hoge vlucht. Het is onbegonnen werk om deze verspreiding vanaf de vroege middeleeuwen tot nu toe te beschrijven. Wij kunnen slechts een greep doen. De Regel van Augustinus werd de Regel van de Reguliere Kanunniken, de Reguliere Kanunniken van St.-Augustinus (Koorheren), de Premonstratensen (Norbertijnen), de Kruisheren, verschillende Ridderorden, de Trinitariėrs, de Mercedariėrs, de Dominicanen, de Augustijnen Eremieten, de Augustijnen Recolletten, de Servieten, de Alexianen, de Barmhartige Broeders van Johannes de Deo en deze van Trier, de Piaristen en de Assumptionisten.

Ook talrijke uitgesproken vrouwelijke stichtingen gingen leven volgens de Regel van Augustinus: de Birgittinessen, de Annunciaten van Lombardije, de Kanunnikessen van het H. Graf, de Augustinessen van Meaux, de Ursulinen, de Kanunnikessen van St.-Augustinus, de Visitandinen van Franciscus van Sales, de Orde van Onze-Lieve-Vrouw van Toevlucht en de Zusters van de Goede Herder gesticht door Jean Eudes, de Dames van Saint-Thomas de Villeneuve, de Zusters van de H. Monica, de Rita-Zusters, enz. Vooral veel congregaties die zich wijden aan verpleging en ziekenzorg, zoals Zwartzusters en Gasthuiszusters, hebben de Regel van Augustinus gekozen als inspratiebron voor hun gemeenschappen. Deze opsomming is uiteraard erg onvolledig, aangezien enkele honderdtallen Orden en Congregaties de Regel van Augustinus volgen. In de loop der tijden zijn er daarvan verschillende uitgestorven, maar hun aantal is nog zo groot dat een totaal overzicht nergens voorhanden is.

IV. Karakter van de Regel

top

De Regel geeft duidelijk de indruk een samenvatting te zijn van mondelinge conferenties die Augustinus voor zijn monniken hield. Hij is een soort beginselverklaring. De ideeën zijn er niet uitgewerkt, maar op een erg bondige manier weergegeven. Zij worden als bekend verondersteld. Daarom moet men al vertrouwd zijn met Augustinus' andere werken om tot de diepere betekenis van de korte zinnen van de Regel door te dringen. De parallelteksten uit de andere werken moeten het geheel van de Regel verhelderen en doorzichtig maken. Voor Augustinus' volgelingen is de Regel ongetwijfeld een samenvatting geweest om het geheugen op te frissen.

De Regel van Augustinus beslaat weinig bladzijden en heeft vooral de bedoeling enkele gedachten aan te bieden die inspirerend kunnen werken. Deze gedachten steunen vooral op de H. Schrift. In de korte tekst van de Regel zijn minstens 35 verwijzingen naar de Schrift aanwezig, 8 naar het Oude Testament en 27 naar het Nieuwe Testament. De tekst van de Regel is daarom een treffend voorbeeld van bijbelse stijl. Zelfs de meest eenvoudige zinnen zijn doorweven met bijbelse ideeën, die de grondinspiratie dragen. In deze verwijzingen naar de H. Schrift treedt ook Augustinus' eigen visie en spiritualiteit aan het licht, want de bijbelse gedachten waar hij de nadruk op legt, zijn voor hem de dierbare bronnen waaruit hijzelf leefde. Juist deze bijbelse en evangelische grondslag vormt de blijvende structuur van de Regel, die de waarde ervan blijft verzekeren door de wisselende tijden en culturen heen.

De grondideeën van de Regel zijn opgebouwd rond het ideaal van de eerste gemeente van Jeruzalem uit Hand. 4, 31-35. Daardoor komen liefde en gemeenschap centraal te staan: een goed gemeenschapsleven is niets anders dan het in praktijk brengen van de liefde. Het valt onmiddellijk op hoe weinig concrete voorschriften of detailwetten in de Regel gegeven worden. Het gaat nergens om details, maar om de kern van de dingen en het hart van de mens. Vandaar de weg van de verinnerlijking die in de Regel herhaaldelijk toegepast wordt: het uiterlijke alleen is niet genoeg, het uiterlijke moet het symbool worden van het innerlijke. Het uiterlijke mag niet leeg blijven, maar moet bezield zijn. Een ander kenmerk dat hiermee samenhangt, is de nagenoeg totale afwezigheid van nadruk op het "ascetisme", dat wil zeggen de beoefening van ascese in de materiële zin, zoals het zich ontzeggen van eten en drinken of allerhande vormen van zelfkastijding. Het accent verschuift meer naar het leven in gemeenschap als overwinning op de zelfzucht. De Regel vraagt ons alle aandacht te laten uitgaan naar de onderlinge liefderelaties.

Wanneer Pachomius, Basilius en Augustinus het gemeenschapsleven zo sterk benadrukten, dan was dit omdat zij in de gerichtheid op het eigen ik en in het individualisme de grootste hindernis zagen om het evangelie te verwezenlijken. De eerste gemeenschap van Jeruzalem speelt bij hen de rol van een oude droom, die een ideaal wordt voor het heden en voor de toekomst. Men zou de Regel van Augustinus kunnen kenmerken als een oproep tot evangelische gelijkheid van alle mensen. Hij vertolkt de christelijke eis om te komen tot volwaardige broederlijkheid en zusterlijkheid onder allen. Daarin klinkt ook impliciet een protest tegen de ongelijkheid in de maatschappij, die zo zwaar getekend is door hebzucht, hoogmoed en macht. Een kloostergemeenschap zou daarvoor volgens Augustinus een alternatief moeten bieden door de opbouw van een gemeenschap die niet gedragen is door hebzucht, hoogmoed en macht, maar door liefde voor elkaar. En in deze zin biedt de Regel van Augustinus ook een stuk maatschappijkritiek.

V. De structuur

top

Het is goed om bij het lezen van de Regel de algemene structuur voor ogen te houden. Het eerste hoofdstuk bevat de beginselen en inspiratie die Augustinus voor ogen stonden. Men zou kunnen zeggen dat het alle andere hoofdstukken overkoepelt. De andere hoofdstukken (op de slotaansporing na) zijn alle niets anders dan concrete toepassingen van het fundamentele ideaal op de verwezenlijking van het leven in gemeenschap.

Hoofdstuk I. Het grondideaal: liefde en gemeenschap

  1. De eerste gemeente van Jeruzalem als model: één van hart en één van ziel op weg naar God - Leef één van hart en één van ziel samen en eer in elkaar God.
  2. Gemeenschap van goederen als eerste verwezenlijking van leven in gemeenschap.
  3. Leven in gemeenschap is geen blinde uniformiteit, maar eist de erkenning van ieders persoonlijke geaardheid.
  4. Nederigheid en hoogmoed als positieve en negatieve factor in het gemeenschapsleven.

Hoofdstuk II. Gebed en gemeenschap

  1. Vaste tijden voor gemeenschappelijk gebed.
  2. Mogelijkheid tot individueel gebed.
  3. De grondwet van het bidden.
  4. Praktische richtlijnen voor het zingen van psalmen en hymnen.

Hoofdstuk III. Gemeenschap en zorg voor het lichaam

  1. Soberheid in eten en drinken.
  2. Lezing onder de maaltijd.
  3. Ook hier: verschil in behandeling naargelang de persoon.
  4. De zorg voor zieken.

Hoofdstuk IV. Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor elkaar

  1. Algemene richtlijn voor een onberispelijk gedrag.
  2. Toegespitst op de innerlijke houding tegenover de andere sekse.
  3. Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor elkaars fouten.
  4. Deze verantwoordelijkheid moet zich uiten in terechtwijzing.
  5. Procedure van terechtwijzing.
  6. Deze handelwijze geldt ook als model bij alle andere fouten.

Hoofdstuk V. Onderlinge dienstverlening

  1. Gemeenschap en kleding.
  2. Zorg voor het belang van de gemeenschap als criterium van vooruitgang.
  3. Publieke baden en de zorg voor zieken.
  4. Voor elkaar zorgen in alle lichamelijke behoeften.

Hoofdstuk VI. Liefde en conflict

  1. Laat ruzie niet uitgroeien tot haat.
  2. Wederzijds elkaar vergiffenis schenken.
  3. Houding tegenover minderjarigen in het klooster.

Hoofdstuk VII. Liefde in gezag en gehoorzaamheid

  1. Gehoorzaam aan uw overste.
  2. Taak van de overste: dienen in liefde, leiding geven, voorbeeld zijn.
  3. Gehoorzaamheid als daad van mede-lijdende liefde.

Hoofdstuk VIII. Slotaansporing

  1. Verlangen naar geestelijke schoonheid.
  2. Levende propaganda zijn voor Christus.
  3. Vrij onder de genade.
  4. Als in een spiegel.

top