traduza página para Português
Traduza texto de página do Holandês para o Português

   Zoek op deze site met FreeFind

 

de heilige van de dag
klik hier voor de heilige(n) van de dag

Schriftlezingen van de dag
klik hier voor de liturgische lezingen van de dag

beluister Radio Maria tijdens het surfen, 32 Kb/sec. ('Windows Media Player' vereist)

 

Brugge - Franse/Hollandse Tijd (1789-1830)

De bestorming van de Bastille op 14 juli 1789, die Franse Revolutie inluidde
De bestorming van de Bastille op 14 juli 1789, die Franse Revolutie inluidde

De Franse Revolutie (1789-1799)

1789 - De Franse Revolutie maakt een einde aan het "Ancien Régime". De nieuwe machthebbers in Parijs vaardigen algauw een aantal antiklerikale wetten uit, zoals de inbeslagname van alle kerkelijke goederen, het verbod aan alle kloosters (behalve die welke zich toewijden aan caritatief werk of onderwijs) om nog nieuwe leden aan te nemen. De christelijke kalender wordt afgeschaft en vervangen door een nieuwe tijdrekening. De "eredienst van de Rede" komt in de plaats van de katholieke liturgie.

De slag bij Fleurus in 1794 (Jean-Baptiste Mauzaisse, 1837)
De slag bij Fleurus in 1794 (schilderij van Jean-Baptiste Mauzaisse, 1837)

1794 - Tijdens de slag bij Fleurus op 26 juni behalen de Franse revolutionaire troepen een definitieve overwinning op de Oostenrijkers en lijven ons land in. Voor de Kerk, voor de kloosterorden en -congregaties (inclusief de Zwartzusters) breekt een moeilijke tijd aan. Om te beginnen moet de stad Brugge 4 miljoen belasting betalen aan de bezetter, waarvan de helft door de geestelijkheid en de kloosters. Op 1 september wordt de Zwartzusters een reusachtige oorlogsbelasting opgelegd van 4.232 Doornikse ponden. Dit bedrag betalen ze met baar geld en met gesmolten goud- en zilverwerk.

1795 - Moeder Agnes Van Herreweghe geeft op 9 april, zoals haar is opgelegd, een lijst met de namen van alle 24 zusters aan de Franse bezetter. Op 12 oktober ontvangen de Zwartzusters een decreet waarin al hun bezittingen als staatseigendom worden omschreven. Ze krijgen 10 dagen tijd om een inventaris op te sturen van alle eigen goederen en financiële inkomsten. Daarin wordt melding gemaakt van 274 ponden 18 schellingen aan inkomsten en 98 ponden en 13 schellingen aan uitgaven.

18de-eeuwse afbeelding van een Zwartzuster
18de-eeuwse afbeelding van een Zwartzuster

1796 - De Franse bezetter laat het daar niet bij zitten. Op 8 augustus moet Moeder van Herreweghe een nieuwe "Rekeninge" samenstellen. Hierin lezen we vrij gedetailleerd wat de Brugse Zwartzusters in bezit hebben: het gaat om 3 huizen, de opbrengst van fundaties, de jaarlijkse renten vanwege de stad Brugge en de Provincie van Vlaanderen.

  • De belangrijkste bronnen van inkomen zijn de "honorairen van 't bedienen van sieke" en het handwerk van de zusters.
  • Aan de uitgavenkant staan vooral de betaling van het graan voor het brood, de onkosten voor kledij en voor aalmoezen. Ook nog het onderhoud van de keuken, het bakken en malen, het wassen en bleken, de levering van kolen, van jaarlijks 20 tonnen bier en van een kuip boter. Tenslotte zijn er de kosten voor de dokter, een meid, een hovenier, ambachtslui (timmerman, smid, loodgieter, metser, enz.), het honorarium voor de biechtvader en voor geestelijken (die plechtige liturgische diensten celebreren of erbij assisteren), e.d.

Karikatuur n.a.v. de opheffing van de religieuze orden en congregaties
Karikatuur n.a.v. de opheffing van de religieuze orden en congregaties

Op 1 september wordt in Parijs belist om alle kloosters in de Zuidelijke Nederlanden te supprimeren. De religieuzen mogen enkel de meubels uit hun kamer en hun lijnwaad en goederen voor persoonlijk gebruik meenemen, maar het is hen verboden nog langer hun kloosterhabijt te dragen. Een uitzondering wordt gemaakt voor de religieuzen die zich inlaten met "de publyke opvoedinge of de bedieninge der zieken. De Zwartzusters veronderstellen dat ze buiten schot blijven omdat zij werk verrichten voor zieken.

Maar in werkelijkheid staan de Zwartzusters wél op de zwarte lijst. Ondanks hun protest komen op 4 oktober twee commissarissen naar het Brugs klooster om er een inventaris te maken van de inboedel. De zusters weigeren evenwel deze lijst te ondertekenen. Ze geven de commissarissen een uittreksel mee van hun statuten en tevens een attest, waarin geneesheren en apothekers van Brugge verklaren dat "de Zwarte Zusters, gezeyd de Castaigne-boom nonnen, zig van ouds altijd hebben besteed met eenen onvermoeilijken en opregt exemplairen iever tot den dienst der zieken, en dit voor eene zeer geringe belooning".

1797 - Ondanks al hun protesten krijgen de Zwartzusters op 1 januari ("voor ons nieuw-jaer") het triestige bericht dat voor hen geen uitzondering kan worden gemaakt en dat hun klooster zal worden gesupprimeerd omdat "uyt het onderzoek blijkt dat zy geen ziekzaelen hebben". Op 7 januari geven de commissarissen hen nog 20 dagen de tijd om hun klooster te verlaten.

Het huis in de Langestraat, waarin de Zwartzusters tijdens de franse Revolutie een onderkomen vonden
Het huis in de Langestraat, waarin de Zwartzusters onder het Frans Bewind een onderkomen vonden

Maar de Zwartzusters blijven koppig in hun kloostergebouw tot ze op 6 februari op straat worden gezet. Zoals vooraf afgesproken blijven ze na de uitdrijving bijeen. Ze kunnen nog diezelfde dag samen gratis hun intrek nemen in een huis op de hoek van de Langestraat en de Ganzenstraat. Het pand is eigendom van jonkheer Carolus de Schietere, Heer van Caprijke. Binnen de 3 dagen moeten ze hun religieuze kloosterkledij afleggen en dragen een wit mutsje met witte kaproen. Voor de dagelijkse mis gaan ze naar St.-Annakerk.

Frans papiergeld (assignaat) waarmee openbaar verkochte kerkelijke goederen werden aangekocht
Frans papiergeld waarmee openbaar verkochte kerkelijke goederen werden aangekocht

Op 4 maart komt echter vanuit Parijs het bericht dat alle kloosters van de Zwartzusters in de Nederlanden moeten worden hersteld in de staat van vóór de opheffing. Twee dagen later krijgen de zusters de toestemming om naar hun klooster terug te keren. En dat doen ze ook op 8 maart. De allernoodzakelijkste meubelen verhuizen mee. Maar de rust is slechts van korte duur. Op 2 oktober beveelt de Franse bezetter de sluiting van de kerk van de Zwartzusters. Op de kerkdeur en op de grote en kleine achterpoort worden zegels gelegd.

De akte van de openbare verkoop van het klooster (1798)
De akte van de openbare verkoop van het klooster (1798)

1798 - Op 16 april worden de Zwartzusters opnieuw, en ditmaal voorgoed, uit hun klooster verdreven. Ze vinden weer een onderkomen in het huis in de Langestraat. De kloostergebouwen worden openbaar verkocht als "nationale goederen" ("biens nationaux") en kort daarna gesloopt.

Verbanning van onbeëdigde geestelijken. Spotprent, einde 18de eeuw. Parijs, Musée des Civilisations de l'Europe et de la Méditerranée
Verbanning van onbeëdigde geestelijken. Spotprent, einde 18de eeuw. Parijs, Musée des Civilisations

Datzelfde jaar begint een ware kerkvervolging. Elke openbare eredienst wordt verboden. Kerken en kapellen worden leeggeroofd en gesloten. Alle geestelijken moeten hun kerkelijke kledij afleggen en een eed van trouw afleggen aan de wetten van de Franse Republiek, op straf van ambtsverlies, gevangenschap, verbanning naar de eilanden Ré of Oléron of naar het verre Guyana, én zelfs terechtstelling.

Zoals de meeste priesters weigert de directeur van de Zwartzusters, de bekende volksschrijver Lodewijk-Albert Caytan (1798-1802), om de eed af te leggen en duikt onder in het huis van de Zusters in de Langestraat. Hij schrijft er "Geschiedenissen geduerende de Suppressie", een gedetailleerd verslag over de lotgevallen van de Zwartzusters tijdens de Franse bezetting. Op 7 februari 1799 wordt directeur Caytan benoemd tot vicaris-generaal van het bisdom en bestuurt - niet zonder risico - vanuit zijn onderduikadres. Op 9 juli wordt hij toevallig ontdekt door een bezoeker, aangehouden en door de Fransen gevangen gezet in het Seminariegebouw .

De Napoleontische Tijd (1799-1815)

Keizer Napoléon Bonaparte. J.-L. David, 1812. Londen, National Gallery.
Keizer Napoléon Bonaparte. J.-L. David, 1812. Londen, National Gallery of Art

Na een staatsgreep tegen het onpopulaire Directoire komt Napoleon Bonaparte op 9 november 1799 in Frankrijk aan de macht als Eerste Consul. Het Revolutionaire schrikbewind. "Den troebelen tyt", is voorbij. In 1801 sluit Napoleon met paus Pius XI een Concordaat dat de vrijheid van kerkelijke eredienst herstelt. De kerkelijke goederen, die tijdens de Revolutie werden genationaliseerd en openbaar verkocht worden niet teruggegeven, maar in ruil krijgt de clerus een bezoldiging van de Staat.

Stephanus-Andreas Fallot de Beaumont, bisschop van Gent
Stephanus-Andreas de Paula Fallot de Beaumont, bisschop van Gent

1802 - Als uitvloeisel van het Concordaat komt er een herindeling van de bisdommen: het diocees Brugge wordt afgeschaft en valt onder het gezag van de Gentse bisschop Stephanus-Andreas Fallot de Beaumont.

1807 - Voor de Zwartzusters blijven het voorlopig barre tijden. Tijdens de "Beloken Tijd" hebben ze namelijk al hun bezittingen verloren. Hun klooster is afgebroken, ze hebben onvoldoende contant geld en ze worden aan hun lot overgelaten. Sinds 1794 zijn geen nieuwe postulanten of novicen ingetreden, omdat kloosters en evenmin kloostergeloften officiëel worden erkend. Van de 18 overgebleven Zwartzusters zijn de meesten oud en ziek. Slechts 10 zijn in staat om hun medezusters te verzorgen of zich, tegen vergoeding, toe te leggen op de thuisverpleging van zieken en bejaarden in Brugge.


voorgevel van het klooster der Zwartzusters van Bethel aan het Oosterlingenplein in Brugge

Op 30 juli ruilen de Zwartzusters hun voorlopige woonst in de Langestraat voor een groot 16de-eeuws herenhuis op de Woensdagmarkt 6, dat voor hen door een bemiddelaar is aangekocht. Een van de kamers wordt ingericht als kloosterkapel.

Maurice de Broglie, bisschop van Gent
Maurice de Broglie, bisschop van Gent van 1807 tot 1821

Op 12 augustus past de Gentse bisschop, Maurice de Broglie, de Statuten van de Zwartzusters aan, want "de tegenwoordige tijdsomstandigheyden zyn gansch verschillig". Voortaan is de pastoor van de parochie, waarin zij wonen, hun geestelijke directeur en gewone biechtvader. De zusters mogen alléén uit werken gaan, uitgezonderd voor het verzorgen van mannen. Voorts regelt de bisschop de dagindeling: de dag begint niet meer om 4 u. 's morgens maar om 6 u. met een mis. Aan tafel mag niet worden gesproken o.a. tijdens de advent en de vasten en op woensdagen, vrijdagen en quatertemperdagen. De bisschop geeft per jaar 6 recreatie-namiddagen aan de Zwartzusters.

Keizer Napoleon Bonaparte.
Keizer Napoleon Bonaparte

1809 - Op 18 februari vaardigt de Franse keizer Napoleon een decreet uit voor de kloosters. De Zwartzusters worden daarin omschreven als een congregatie van Hospitalieren ("Soeurs hospitalières"). Novicen mogen pas vanaf hun 16de jaar de eerste kloostergeloften afleggen en als ze 21 jaar zijn mogen ze geloften doen, voor een termijn van telkens 5 jaar. De Hospitalieren behouden de volle eigendom van hun goederen en inkomen en hebben het recht om die zelf te beheren. Voor de ziekendienst moeten de Zusters zich onderwerpen aan de reglementen van de administratie.

1814 - Na al de moeilijkheden tijdens en na de revolutie blijven er nog 15 Zwartzusters over, waarvan 12 bejaard en ziek, plus 2 "domestiquen" ("een knegt en een dienstmaart"). Gelukkig kan de communiteit moed putten uit het feit dat, na 20 jaar, drie nieuwe postulanten intreden.

Het Hollands Bewind (1815-1830)

Koning Willem I der Nederlanden
Koning Willem I der Nederlanden

1820 - Na de verdrijving van Napoleon komt België in 1815 onder het bestuur van de Nederlandse koning Willem I. Zoals hen door de Franse keizer Napoléon was gevraagd stellen de Zwartzusters in 1820 een kort kloosterstatuut samen, dat 8 artikels omvat:

  • na een proefjaar worden de novicen aanvaard door de zusters, bij meerderheid van stemmen;
  • de zusters leggen eenvoudige geloften af, telkens voor een periode van 5 jaar;
  • om de drie jaar kiezen de zusters een moeder en medemoeder;
  • zij dragen een zwart kleed, een witte hoofddoek en een zwarte mantel buiten het klooster;
  • zij verzorgen de zieken aan huis;
  • iedereen werkt voor het onderhoud van het klooster;
  • de jonge zusters moeten de oude medezusters helpen;
  • de bisschop is de geestelijke overste, en de zusters onderwerpen zich aan de koning en zijn regering.

1821 - Deze nieuwe statuten worden op 9 november bij KB bekend gemaakt. Daarmee verwerven de Zwartzusters officiële erkenning als congregatie van Hospitalieren. Het aantal leden is beperkt tot 18. Als 7 jaar later de communiteit al 30 leden mag tellen bewijst dat haar vitaliteit.

LIEDEKEN VAN DE SWARTE SUSTERS

Daer en wort geen swaerder leven
onder allen staet gegeven,
onder hemel, onder son,
als van Swarte Susters non.
Neemt de paters capusinnen
met hun yser disciplinen,
neemt er bij een arme claris
die seer strengh van leven is,

Sy en moghen daer niet aen riecken [5].
Anders gaet het by de siecken,
hier is rust nogh dagh noch nacht,
in gekroch [6] ay mij en ach.
Neemt al d’ander religieusen,
Ah wat riecken hunne neusen:
somtijds wieroock in de kerck.
‘t Gaet hier anders in syn werck.

’t Is hier heel den dagh in stancken,
van den aesem van de crancken;
’t is hier mussche [7] die men vindt,
die een myl stynckt tegen windt.
En sy dienen alle quaelen,
duytschen, franschen, spaenschen, waelen [8]
pockxkens [9] , rapelynck [10] en schurf [11]
die men qualick noemen durf.

’t Syn [12] doctoors en medicynen,
’t syn apothekers en sarasynen [13];
Sy syn coster en pastoor,
sy doen menigh mensch devoir [14]:
in den noodt den pols te tasten,
wynden [15] , doecken, plaesters passen,
somtijds met clysteriebuys
schiet men in het achterhuys [16].

Somtijds eene posistorie [17]
en daer bij een fomitorie [18]
en sy maecken ’t lichaem los
datter uytkomt in het gros.
Dickmaels planssen, dickmaels plassen [19],
Vuyl besmeurde vodden wasschen,
die een half myl in het rondt
stincken naer den darmen grondt.

En hoe wel dat sy hun draeghen [20]
cryghen sy noch somtijds slaeghen,
als den siecken dul [21] en dwaes
door een quade kortse raest,
Heel den nacht by siecken waecken,
in den dagh luttel vermaecken [22];
somtijds dagh en nacht belet
met verlet van hun gebedt.

Seght wat leeft er ongeruster
als een aerme swarte suster,
die noch uer, noch dagh noch nacht
voor haer selven hebben magh.
Maer den Heer sal naer dit leven,
voor het vuylste het schoonste geven,
een verdienden hemelsch croon
voor haer welverdienden loon.

Wij wenschen u susters een lanck leven
en noch veel geluck naer desen,
nu ghy geworden syt Jesus’ bruyt,
lacht nu vry de weerelt uyt.
Laet den arbeyt niet verdrieten,
wilt ghy naemals loon genieten,
sonder aerbeijt of verdriet,
en comt men in den hemel niet.

(Charles van der Beke de Cringen, begin 19de eeuw)

[5] zijn niet vergelijkbaar, niet op dezelfde hoogte. [6] gekreun. [7] mest, uitwerpselen. [8] het gaat hier blijkbaar niet om de nationaliteiten die ze verpleegden, maar om ziekten, die vaak de naam kregen van het land waar ze vermeend uit afkomstig waren: Spaanse griep, Spaanse pokken (syfilis), enz. [9] kinderpokken. [10] rapelijk of betrapelijk: besmettelijke ziekte. [11] schurft, besmettelijke huidziekte. [12] ze zijn, d.w.z. de zusters. [13] chirurgijnen. [14] geven hulp en bijstand. [15] zwachtels. [16] een lavement zetten. [17] zetpil, suppositoire. [18] braakmiddel. [19] synoniem voor wassen: "wassen en plassen". [20] hoe goed ze zich ook gedragen. [21] toornig, driftig, ook waanzinnig. [22] zich weinig ontspannen.

© Copyright 2010- . Alle rechten voorbehouden. Contact: zwartzusters.brugge@telenet.be