traduza página para Português
Traduza texto de página do Holandês para o Português

   Zoek op deze site met FreeFind

 

de heilige van de dag
klik hier voor de heilige(n) van de dag

Schriftlezingen van de dag
klik hier voor de liturgische lezingen van de dag

beluister Radio Maria tijdens het surfen, 32 Kb/sec. ('Windows Media Player' vereist)

 

Brugge - stichtingsperiode (1361-1461)

Het oude Bethel-klooster (nr 43) van de Kastanjeboomzusters (Zwartzusters) in Brugge, in de schaduw van de O.-L.-Vrouwkerk. Marcus Gheeraerts de Oudere, stadsplan, 1562
Het oude Bethel-klooster (nr 43) van de Kastanjeboomzusters (Zwartzusters) in Brugge,
in de schaduw van de O.-L.-Vrouwkerk. Marcus Gheeraerts de Oudere, stadsplan, 1562

1361 - Na een brand in de Groeninge-wijk bouwen de Cellezusters in 1361 - met de financiŽle hulp van een Brugse edelman Bernaerd Priem - iets verderop, vlakbij de O.-L.-Vrouwkerk, een kloostertje, binnen de loden (derde) porcie van de O.L.Vrouwparochie, gelegen tussen de Ankerplaats, de Nieuwe Gentweg, de O.-L.-Vrouwstraat (de huidige Kastanjeboomstraat) en de Katelijnestraat. Hoewel ze allicht al vele jaren voordien bestonden, wordt 18 oktober 1361 traditioneel beschouwd als de stichtingsdatum van de Brugse Zwartzusters van Bethel.

Miniatuur met een tafereel in een Laat-Middeleeuws hospitaal
Miniatuur met een tafereel in een Laat-Middeleeuws hospitaal.

De Brugse Cellezusters zijn arm. Zij voorzien in hun levensonderhoud "van 't gene dat sy met haerlieden handen, oft dat sy in almoessen vanden goeden lieden vercreghen". Zij bedelen langs de straten en kloppen aan bij de huizen van rijken om "Broot om Gods wil", voor zichzelf en voor de armen. Maar zij maken zich vooral verdienstelijk door handenarbeid, "int hanteren van den zieken ende begraven van den dooden lichamen ghestorven vander pestilencie". Buiten de perioden van pest en andere epidemieŽn verzorgen ze zieken aan huis (tot de eerste helft van de 20ste eeuw!), werken in hospitalen en staan hulpbehoevende mensen bij.

Triomf van de Dood. P. Brueghel de Oude, 1562. (Madrid, Prado)
Triomf van de Dood. P. Brueghel de Oude, 1562. (Madrid, Prado)

In de Middeleeuwen werd Vlaanderen geregeld geteisterd door de pest ("de haestige sieckte") of een andere besmettelijke ziekte. Drie vormen van pest waren bekend: de builenpest, de longpest en de septicemie (=dodelijke bloedvergiftiging). Zo brak in 1006 een pest-epidemie uit die in 2 jaar tijd allťťn al in Brugge 12.000 doden maakte! In 1089, 1093, 1214 en 1234 volgden verschrikkelijke epidemieŽn van het "St.-Antoniusvuur". In de 14de eeuw werd Brugge tot driemaal toe, in 1316, 1348 en 1360, getroffen door de "Zwarte Dood". In hťťl Europa stierven tussen 1347 en 1353 zo'n 25 miljoen mensen, ofwel een kwart van de totale bevolking!

Processie van flagellanten. Miniatuur, 1349. Kroniek van Gilles Li Muisis, Doornik.
Processie van flagellanten. Miniatuur, 1349. Kroniek van Gilles Li Muisis, Doornik.

In de tijd van de Zwarte Pest trokken grote groepen "flagellanten" (geselaars) in processie rond. Op openbare pleinen legden zij hun boetekleren af - op een lendendoek na - en sloegen zich tot bloedens toe met scherpe gesels, bij het zingen van godvruchtige liederen. Door een pauselijke bul in 1349 werd deze beweging verboden.

In 1438 stierven, volgens de kroniekschrijvers, in de stad Brugge allťťn meer dan 24.000 mensen aan de pest. Ook gedurende de 16de eeuw werd Vlaanderen geteisterd door besmettelijke ziekten, o.m. de "zweetziekte". De pest was in 1579 zo fel dat in 4 maanden tijd de bevolking van Brugge met 80.000 mensen werd verminderd. Het allerhevigst woedde de pest in Brugge in 1631-32 en daagde weer op in 1666-67. Talloze inwoners stierven, ook "Swarte Susters in Bethel oft Castaenjeboom (die) gaen daghelyckx Ė daertoe versocht synde Ė de geheele Stadt door, de siecke menschen aendienen".

Eeuwenlang verzorgden de Zwartzusters, in tijden van "groote sterfte vander epidymye", de pestlijders. De lichamen van de vele afgestorvenen legden ze af, brachten ze naar de kerk voor de begrafenisdienst en droegen ze vervolgens naar de begraafplaats. Voor deze zorg voor zieken en overledenen - ook buiten de perioden van epidemieŽn - kregen zij een zekere vergoeding van het stadsbestuur, waarmee zijn hun grootste levensbehoeften konden dekken.

St.-Rochus (midden) en St.-Sebastiaan (links). Altaarstuk, 1475. Bad Aussee, Spitalskirche
St.-Rochus (midden) en St.-Sebastiaan (links). Retabel, 1475. Bad Aussee

Behalve de lijdende Christus en Onze Lieve Vrouw van Smarten werden verscheidene beschermheiligen aanroepen, bij uitstek de 4 pestheiligen:

  • St.-Rochus (1295-1327), die pestlijders verzorgde tijdens zijn pelgrimage naar Rome, zťlf de pest kreeg en in de gevangenis stierf in zijn geboorteplaats Montpellier.
  • St.-Adriaan, een bekeerde Romeinse officier, die in 304 de marteldood stierf.
  • St.-Sebastiaan die als martelaar stierf toen hij in 288 werd doorboord met pijlen, die symbool staan voor de door God gezonden pest.
  • St.-Antonius met het varken, die leefde rond het jaar 300. Naar zijn naam ontstond een verpleegorde, die een belangrijke rol speelde in het verzorgen van slachtoffers van de pest. Bij de Brugse Zwartzusters genoot hij een speciale verering. Van hem bewaren ze het mooie zijpaneel van de nu verminkte Augustinustriptiek, die een ereplaats had in de oude kapel.
Daarnaast werden nog tal van andere heiligen vereerd ter bescherming tegen de pest: St.-Kristoffel, St.-Quirinus, St.-Cornelius, St.-Hubertus, de H. Barbara, de H. Ursula, St.-Franciscus Xaverius (1506-1552), de patroon van de Brugse kliniek van de Zwartzusters, en anderen.

Builenpestlijders. Miniatuur. Toggenburg Bijbel, 1411
Builenpestlijders. Miniatuur. Toggenburg Bijbel, 1411

pauselijke erkenningen

Zoals alle andere communiteiten van Cellieten zijn de Cellezusters in Brugge geen eigenlijke kloosterlingen, maar leken die een semi-religieuze gemeenschap vormen. Ze leiden een godvruchtig leven, met bepaalde vaste regels en gebeden. Ze werken samen in vrijwillige armoede en zuiverheid, maar leven, tussen 1361 en 1461, niet volgens een bestaande Regel en zijn evenmin gebonden door de 3 klassieke kloostergeloften van armoede, gehoorzaamheid en maagdelijkheid.

Zoals de begijnen en begarden hebben ook de cellebroeders en -zusters heel wat last om hun rechtgelovigheid te bewijzen, om niet te worden vervolgd wegens ketterij door de kerkelijke overheid. Bovendien maakt hun armoedige grijsgrauwe kledij de bisschoppen en de inquisiteurs ("ondersouckers der heresien") wantrouwig. Om alle moeilijkheden te vermijden wenden de Cellebroeders en -zusters zich tot de paus om hem bescherming te vragen. Zij krijgen officiŽle erkenning, goedkeuring en voorrechten van een reeks pausen, zoals Gregorius XI, Bonifacius IX en Eugenius IV en Julius II.

Paus Gregorius XI.
Paus Gregorius XI. Giovanni di Paolo, 1460 (Madrid, Museo Thyssen-Bornemisza)

1377 - Na een grondig onderzoek schenkt paus Gregorius XI een erkennings- en beschermingsbul aan de Cellieten, "broeders ende susters in Duitslant, Brabant ende Vlaenderen, ende int bisschopdom van Terrewaen". De Cellezusters ("Aerme Zusters") in Brugge en hun latere opvolgsters, de Zwartzusters, bewaarden zorgvuldig, door de eeuwen heen, tot op vandaag, een telkens weer overgeschreven kopie van dit pauselijk document als een krachtig bewijs van hun rechtgelovigheid.

Paus Bonifacius IX
Paus Bonifacius IX

1395 - Paus Bonifacius IX schrijft op zijn beurt een beschermingsbul naar de bisschoppen, o.m. in Vlaanderen, over de Cellieten,

"arme lieden van beider kunnen. Zij leven gescheiden, namelijk de mannen samen, en ook de vrouwen in ťťn huis, zonder samen te leven of te spreken. Zij leven in armoede en onthouding. Zij nemen armen en ongelukkigen, die het vragen, op in hun huizen. Zij beoefenen nog werken van barmhartigheid; zij bezoeken de zieken, zij helpen en koesteren hen. Ook dragen zij de lichamen van overleden gelovigen naar een kerkelijke begraafplaats".

Paus Eugenius IV
Paus Eugenius IV

1431 - Paus Eugenius IV brengt eveneens een bul uit waarin hij de Cellebroeders en -zusters in bescherming neemt, mochten zij om hun kledij toch worden lastig gevallen door "ondersouckers der heresien" (= Inquisitie).

Paus Pius II. Schilderij van Bernardino Pinturicchio
Paus Pius II. Schilderij van Bernardino Pinturicchio

1459 - Vanaf halfweg de 15de eeuw dringt Rome er sterk op aan dat de lekengemeenschappen, zoals die van de Cellebroeders en -zusters, voortaan een bepaalde kloosterregel aannemen en de 3 klassieke kloostergeloften afleggen. In een bul van 5 januari 1459 geeft Pius II positief gehoor aan de vraag van de Cellieten in Vlaanderen, Brabant, Duitsland en het bisdom Terwaan om hun kloostergeloften af te leggen.

© Copyright 2010- . Alle rechten voorbehouden. Contact: zwartzusters.brugge@telenet.be